Voorstel voor aanpassingen d.d. 6 juli 2015

 

UNIFORM SELECTIESYSTEEM IN KRINGEN KNHS REGIO NOORD-BRABANT

 

Verplicht

  1. Het kringbestuur wijst min. 3 en max. 6 selectie wedstrijden aan.
  2. Het resultaat van min. 1 wedstrijd vervalt.
  3. Max. 4 wedstrijden tellen Het kringbestuur bepaalt hoeveel selectiewedstrijden meetellen voor het    bepalen van de kringkampioen en de afvaardiging.
  4. Springen: Voor de klasse B wordt altijd een rijstijlparcours met barrage volgens artikel 280.5.b    verreden;    Voor de klasse L, M, Z en ZZ een klassiek parcours op tijd met barrage conform artikel 238.2.b. OF    een wedstrijd in 2 fasen conform artikel 274 lid 3, 4 en 5c.        Flexibel springen: wanneer een combinatie besluit om tijdens een selectiewedstrijd flexibel te    springen tellen alleen nog de selectiepunten behaald in de hoogste klasse. Deze combinatie kan op        volgende selectiewedstrijden geen selectiepunten meer halen in de laagste klasse.    Als deze combinatie ook in de lagere klasse blijft starten wordt deze combinatie eerst uit de uitslag    verwijderd, vóór er aan de andere deelnemers selectiepunten worden toegekend. Van geen enkele    combinatie worden de selectiepunten van voorgaande wedstrijden met terugwerkende kracht    aangepast.
  5. Uniforme ex aequo regeling dressuur conform artikel 137 lid 8a van het disciplinereglement    dressuur.

Klasse t/m ZZ-Licht              Eerst op grond van onderdeel                        Vervolgens op grond van                                                                                                  onderdeel Alle                                      Het rechtgerichte, ontspannen               Rijvaardigheid en het effect                                            en in aanleuning gaande paard             van de hulpen

Z2 pony’s 20x60m                Lichtheid, harmonie, gehoorzaamheid    Regelmaat van de gangen en                                                                         losheid van de beweging

Afdelingsdressuur                            22                                                       23

Afdelingsdressuur M paarden            23                                                       24

Afdelingsdressuur klasse Z               23                                                       24

In het geval van ex aequo klassering wanneer de proef is beoordeeld door 2 of meer juryleden is eerst het totaal aantal door de juryleden toegekende punten voor het eerst genoemde onderdeel bepalend voor de uitslag; valt dan nog geen beslissing dan is de totaalwaardering voor het als tweede genoemde onderdeel doorslaggevend. Valt er dan nog geen beslissing, dan geldt het totaal van alle punten (het hoogste percentage) op het protocol van de voorzitter van de jury (jury C).

Is dit resultaat ook gelijk (of wordt de rubriek beoordeeld door 1 jurylid) dan wordt gekeken naar het resultaat van het laatste onderdeel op het protocol. Is het resultaat hiervan ook gelijk dan steeds een onderdeel omhoog totdat er een verschil ontstaat. Mocht er dan nog een ex aequo uitslag bestaan dan wordt geloot.

  1. Alle deelnemers uit een kring, die deelnemen aan een selectiewedstrijd en dus op de uitslaglijsten    voorkomen tot de datum waarop de kring de aantallen door dient te geven aan het    wedstrijdsecretariaat van de regio, t.b.v. de verdeling van de startplaatsen op het    regiokampioenschap, tellen mee voor de verdeling van de startplaatsen. Combinaties die tijdens    selectiewedstrijden promoveren of flexibel starten (springen) tellen alleen mee in de hoogste klasse.
  2. Het kringbestuur houdt voor ieder een inzichtelijke administratie van resultaten bij via de    kringwebsite met een update binnen 10 dagen na elke selectiewedstrijd. Hiertoe wordt/is een Excel    document ontwikkeld dat via het wedstrijdsecretariaat van de regio te verkrijgen is. Dit document    kan ook gebruikt worden om combinaties op te geven voor regiokampioenschappen.
  3. Het kringbestuur wijst selectiewedstrijden aan op basis van objectieve criteria: zoals accommodatie,    organisatie, spreiding data van wedstrijden c.q. disciplines
  4. Handicapregeling selectiewedstrijden dressuur en springen pony’s    Tijdens de regionale en nationale kampioenschappen worden een aantal categorieën en klassen    dressuur en springen in handicap verreden. Ook tijdens kringselectiewedstrijden dient deze    handicapregeling toegepast te worden.    De indeling voor dressuur: Cat. A/B klasse B    Cat. C klasse B Cat. D/E klasse B    Cat. A/B klasse L1    Cat. C klasse L1    Cat. D/E klasse L1    Cat. A/B klasse L2    Cat. C klasse L2    Cat. D/E klasse L2    Cat. A/B klasse M1/M2    Cat. C klasse M1/M2    Cat. D/E klasse M1    Cat. D/E klasse M2     Cat. C klasse Z1/Z2      Cat. D/E klasse Z1      Cat. D/E klasse Z2      De indeling voor springen:      Cat. A/B klasse B      Cat. C klasse B      Cat. D/E klasse B      Cat. A/B klasse L      Cat. C klasse L      Cat. D/E klasse L      Cat. C klasse M      Cat. D/E klasse M      Cat. C klasse Z      Cat. D/E klasse Z      Cat. D/E klasse ZZ      Voor de dagprijzen kunnen nog andere rubrieken in handicap verreden worden
  5. Uniform puntensysteem zowel voor springen als dressuur:      Alle deelnemers uit de kring op de uitslagenlijst krijgen het aantal plaatsingspunten dat    overeenkomt met hun plaatsing in de rubriek (niet met die in het evt. prijzenstelsel):      1e plaats 1 punt      2e plaats 2 punten enz.

Bij voortijdige beëindiging van de proef (b.v. uitsluiting of vrijwillig verlaten) krijgen combinaties 90      punten.

Een ruiter die niet gestart is krijgt 99 punten.

Als er voor een bepaalde klasse tijdens een springwedstrijd meerdere rubrieken uitgeschreven

worden voor selectie telt het behaalde resultaat tijdens de 1e rubriek waaraan deelgenomen wordt.    Bij een gelijk aantal selectiepunten is de laatst verreden selectiewedstrijd doorslaggevend voor de    bepaling van het kringkampioenschap / de afvaardiging. Als er geen reservecombinaties meer    beschikbaar zijn voor afvaardiging die het vereiste aantal selectiewedstrijden hebben gereden, is    het toegestaan combinaties af te vaardigen die een wedstrijd minder hebben gereden. 11. Afdelingsdressuur op Outdoor selectiewedstrijden      De te behalen selectiepunten per wedstrijd: 1e plaats 1 punt 2e plaats 2 punten enz      Bij gelijk aantal selectiepunten is de laatst verreden selectiewedstrijd doorslaggevend.

  1. Juryleden dienen te wisselen tijdens de verschillende selectiewedstrijden. 2 weken voor de      wedstrijd dienen de namen van de juryleden (per mail) doorgegeven te worden aan 1      contactpersoon binnen de kring. Hij/zij ziet erop toe dat het betreffende jurylid 1x per seizoen een      bepaalde klasse en categorie beoordeelt. Bij springen ziet deze persoon erop toe dat het jurylid      voor de stijlbeoordeling klasse B niet dezelfde is.
  2. Deelname aan selectierubrieken in de eigen kring is altijd mogelijk mits opgegeven voor      sluitingsdatum.
  3. Voor alle selectiewedstrijden geldt dat de sluitingsdatum 2 weken voor de wedstrijd is.

 

Het is niet toegestaan:

Een minimale score in dressuur te eisen voor afvaardiging naar regiokampioenschappen

Tussentijds te promoveren met behoud van (een gedeelte van de) selectiepunten.

In geval van onvoorziene omstandigheden beslist de kring in samenspraak met de regio.

Artikel 238 – Methoden om de resultaten volgens Tabel A vast te stellen. 1. Wedstrijden niet op tijd: d. Een parcours niet op tijd met een toegestane tijd, zonder barrage. Uitsluitend voor klasse BB 2. Wedstrijden op tijd: a. Deelnemers met een gelijk aantal strafpunten voor welke plaats dan ook worden geplaatst overeenkomstig de tijd die zij nodig hadden om het parcours te rijden. Bij een gelijk aantal strafpunten en een gelijke tijd voor de eerste plaats kan een barrage worden verreden, indien dit in het vraagprogramma is vermeld, over een verkort parcours over hindernissen die verhoogd dan wel verbreed mogen worden. b. Bij een wedstrijd op tijd, maar bij een gelijk aantal strafpunten voor de eerste plaats, wordt er één barrage op tijd verreden. De overige deelnemers worden geplaatst overeenkomstig het aantal strafpunten en hun tijd in de eerste ronde. Bij wedstrijden mag de barrage volgens tabel C worden verreden, indien dit in het vraagprogramma is vermeld. 3. – 4. Indien bij een barrage op tijd twee of meer deelnemers precies hetzelfde resultaat behalen mag er geen tweede barrage plaatsvinden. De deelnemers worden dan gelijk geplaatst.

Artikel 274 – Wedstrijd in twee fasen Toegestaan voor alle klassen (met uitzondering van rubrieken in de BB), mits de hoogte van de hindernissen de hoogte van de klasse waarin de combinatie startgerechtigd is, niet overschrijdt. 1. Deze wedstrijd bestaat uit twee fasen die achter elkaar worden gereden, iedere fase met dezelfde of met een andere snelheid. De finishlijn van de eerste fase is tevens de startlijn van de tweede fase. 2. Bij 274.5. c en e is de eerste fase een parcours van 7, 8 of 9 hindernissen met of zonder combinaties en de tweede fase is een parcours van 4, 5 of 6 hindernissen, waarin één combinatie mag zijn opgenomen. Bij 274.5.f is de eerste fase een parcours 5, 6 of 7 hindernissen en zijn er in totaal over beide fasen 11, 12 of 13 hindernissen. 3. De deelnemers, die in de eerste fase strafpunten oplopen, worden na het springen van de laatste hindernis van de eerste fase door een belsignaal gestopt of, indien zij de toegestane tijd van de eerste fase overschrijden, na het passeren van finishlijn. Zij moeten het parcours na het passeren van de eerste finishlijn verlaten. Uitzondering is een twee fasen volgens 274.5.f. waarbij een combinatie ook bij fouten in de eerste fase (behalve bij uitsluiting) door mag naar de tweede fase. 4. De deelnemers, die in de eerste fase geen strafpunten hebben opgelopen, vervolgen hun parcours, dat eindigt na het passeren van de finishlijn van de tweede fase. 5. De wijze, waarop deze wedstrijd wordt verreden, moet in het vraagprogramma worden vermeld, in overeenstemming met één van de volgende formules: Eerste fase                 Tweede fase                 Plaatsing

  1. Tabel A Tabel A Overeenkomstig de strafpunten    Op tijd                      Op tijd                         en tijd in de 2e fase en, indien nodig, overeenkomstig                                                                           de strafpunten en tijd in de 1e fase. e. Tabel A                    Tabel C                                    Overeenkomstig de totale tijd    Op tijd                     (tabel C)                       van de 2e fase en, indien nodig, overeenkomstig de                                                                       strafpunten en tijd in de 1e fase. f. Tabel A                    Tabel A                        Overeenkomstig de strafpunten    Niet op tijd               Op tijd                         behaald in beide fasen (hindernis en tijdfouten) en                                                                       overeenkomstig de tijd in de tweede fase.
  2. Deelnemers, die hun parcours na de eerste fase hebben moeten beëindigen, kunnen pas worden        geplaatst na diegenen, die aan beide fasen hebben deelgenomen. 7. In geval van gelijkheid van strafpunten en/of tijd voor de eerste plaats worden de deelnemers ex      aequo geplaatst. Een barrage is bij deze wedstrijd niet toegestaan.

Artikel 280 – Rijstijl wedstrijden Rijstijlwedstrijden hebben als doel de rijvaardigheid van de ruiter te toetsen. Rijstijlwedstrijden zijn verplicht voor de klasse B als eerste parcours en kunnen tevens voor hogere klassen worden uitgeschreven. De deelnemers aan een rijstijlwedstrijd worden beoordeeld door een jurylid rijstijlbeoordeling springen. De organisatie kan naast dit jurylid ook een gastjury (bijvoorbeeld toptrainer, (ex)topruiter, bondscoach) inzetten voor de beoordeling. De beoordeling zal vanuit de juryaccommodatie of vanuit de ring gedaan worden en de afzonderlijke cijfers zullen direct na het voltooien van het parcours bekend gemaakt worden. Voor de foutloze deelnemers welke minimaal 60 stijlpunten hebben kan er een barrage zijn welke wederom op stijl wordt beoordeeld. 1. Beoordeling De combinaties krijgen cijfers van 0 t/m 10 voor de verschillende onderdelen waarbij het geven van halve punten is toegestaan. Het cijfer per onderdeel wordt vermenigvuldigd volgens een factor vermeld in het protocol in bijlage 7. Het maximum aantal te behalen stijlpunten is 100. Fouten worden met strafpunten of met uitsluiting bestraft overeenkomstig tabel A. 2. Parcoursbouw De parcoursbouwer hanteert de richtlijnen van de betreffende klasse. Er dient rekening mee te worden gehouden dat het speciale karakter van deze categorie wedstrijden goed tot zijn recht zal kunnen komen, zodat het jurylid rijstijlbeoordeling springen in staat is tot een goed oordeel te komen. 3. Plaatsing De deelnemers worden geplaatst overeenkomstig hun strafpunten en stijlbeoordeling in de barrage. De overige deelnemers worden geplaatst overeenkomstig hun strafpunten en stijlbeoordeling in het eerste parcours. In de barrage wordt opnieuw een stijlbeoordeling gedaan volgens het protocol in bijlage 7 waarbij het cijfer voor Algemene verzorging uit de eerste ronde wordt overgenomen. Indien geen barrage wordt verreden worden deelnemers geplaatst overeenkomstig hun strafpunten en stijlbeoordeling in de eerste ronde. Bij gelijk puntenaantal zal het cijfer voor wijze van rijden in de beslissende ronde bepalend zijn. Daarna zullen de deelnemers gelijk geplaatst worden (ex equo). 4. Winst- en verliespuntenregeling Bij rijstijlwedstrijden telt het resultaat van de eerste ronde mee voor winst- en verliespunten. Bij een foutloos parcours wordt bij het behalen 60 tot 75 stijlpunten 1 winstpunt toegekend. Indien het aantal stijlpunten 75 of hoger is dan worden er bij een foutloos parcours 2 winstpunten toegekend en wordt er bij 1 tot maximaal 4 strafpunten 1 winstpunt toegekend. Vanaf de klasse L worden 2 verliespunten toegekend bij meer dan 16 strafpunten boven het aantal van de winnaar, alle uitsluitingen met uitzondering van uitsluiting bij een vergissing in het parcours, bij het vrijwillig verlaten van het parcours en bij uitsluiting op grond van kreupelheid (van uitsluiting wegens kreupelheid is alleen sprake indien de combinatie op gezag van de jury wegens kreupelheid wordt uitgesloten) In de klasse B worden geen verliespunten toegekend. 5. De wijze, waarop de wedstrijd wordt verreden, moet in het vraagprogramma worden vermeld, overeenkomstig met één van de volgende formules: a. Rijstijlwedstrijd, met of zonder barrage, waarbij de beoordeling van de rijstijl zal worden gedaan door een jurylid rijstijlbeoordeling springen vanuit de jury accommodatie. b. Rijstijlwedstrijd, met of zonder barrage, waarbij de beoordeling van de rijstijl zal worden gedaan door een jurylid rijstijlbeoordeling springen vanuit de ring, waarbij een korte toelichting op de beoordeling zal worden gegeven. c. Rijstijlwedstrijd, met of zonder barrage, waarbij de beoordeling van de rijstijl zal worden gedaan door een jurylid rijstijlbeoordeling springen, in samenspraak met de gastjury vanuit de ring, waarbij er door de gastjury een korte toelichting op de beoordeling zal worden gegeven. 6. Hors Concours starts Hors Concours (HC) starts zijn toegestaan in rijstijlrubrieken met inachtneming van het bepaalde in artikel 253, lid 5. HC combinaties krijgen geen stijlbeoordeling en komen niet in aanmerking voor het rijden van een barrage.

Artikel 137 – Klassement 1. Na het beëindigen van de proef en nadat elk jurylid de laatste cijfers voor de algemene onderdelen gegeven heeft wordt het desbetreffende protocol afgesloten en gecontroleerd. Vervolgens gaat de het protocol naar het rekencentrum. 2. Indien door het rekencentrum wordt vastgesteld dat er één of meer cijfers op een protocol ontbreken dient het desbetreffende jurylid te worden gevraagd de ontbrekende cijfers alsnog in te vullen. 3. Uitsluitend als ten gevolge van absolute overmacht de desbetreffende jury niet meer aanwezig is en is afgeweken van zijn/haar verantwoordelijkheid zoals is vastgelegd in het Algemeen Wedstrijdreglement van de KNHS, zal het rekencentrum het gemiddelde vaststellen van alle overige op het desbetreffende protocol vermelde cijfers en dit gemiddelde invullen op elke plaats waar een cijfer ontbreekt. Bij het vaststellen van het gemiddelde wordt de decimaal 0,5 en hoger naar boven afgerond. De aldus vastgestelde vervangende cijfers dienen door het rekencentrum, ter informatie van de deelnemer, van een merkteken te worden voorzien. Het rekencentrum zal, indien mogelijk, een fotokopie van het desbetreffende protocol maken, alvorens de vervangende cijfers worden ingevuld. Wanneer de hierboven beschreven situatie zich voordoet, zal het rekencentrum één en ander melden aan de federatievertegenwoordiger, die dit, onder vermelding van de naam en het persoonsnummer van het desbetreffende jurylid alsmede opgave van de reden voor de afwezigheid, in zijn rapport zal opnemen. Zo mogelijk zal de federatievertegenwoordiger de kopie van het protocol als bijlage bij zijn rapport voegen. 4. Indien er sprake is van meer juryleden, die dezelfde rubriek hebben beoordeeld, wordt de totaalscore voor het vaststellen van het klassement van de rubriek bereikt, door het totaal aantal punten van de verschillende protocollen van dezelfde combinatie bij elkaar op te tellen en vervolgens een percentage te berekenen. Is dit niet mogelijk dan wordt van dit totaal vervolgens het gemiddelde vastgesteld. 5. Uitsluitend deelnemers, die in dezelfde rubriek dezelfde proef hebben gereden en daarbij door dezelfde jury zijn beoordeeld, mogen in hetzelfde klassement worden opgenomen, met uitzondering van het bepaalde in het Algemeen Wedstrijdreglement. Ook voor de Kür op muziek en voor de Midden en Zware Tour kunnen verschillende proeven door berekening van de behaalde percentages in hetzelfde klassement worden opgenomen mits deze verschillende proeven door dezelfde juryleden beoordeeld zijn. 6. De (voorzitter van de) jury draagt de formele verantwoordelijkheid voor de juiste vaststelling van het klassement van de desbetreffende rubriek. 7. In elke rubriek wordt de combinatie met het hoogste puntentotaal/percentage als eerste geplaatst, de combinatie met het op één na hoogste puntentotaal/percentage als tweede en zo verder. 8. Ex aequo-regeling: Wanneer er twee of meer deelnemers met een gelijk puntentotaal/percentage eindigen worden de desbetreffende combinaties ex aequo geklasseerd en moeten zij de voor hen gezamenlijk bestemde prijzen gelijk onder elkaar verdelen, tenzij in het vraagprogramma anders wordt bepaald. Indien het voorwerpen betreft, moet er worden geloot. a. De plaatsing kan, voor zover het vraagprogramma dat aangeeft, door de wedstrijdorganiserende vereniging, indien zich een ex aequo-klassering voordoet, tot en met de klasse ZZ-Licht desgewenst bepaald worden zoals hieronder omschreven. Voor de klassen ZZ-Zwaar en hoger wordt de ex aequo klassering gehandhaafd of wordt een andere regeling opgenomen in het vraagprogramma.

Klasse t/m ZZ-Licht                 Eerst op grond van onderdeel                        Vervolgens op grond van                                                                                                     onderdeel Alle                                          Het rechtgerichte, ontspannen               Rijvaardigheid en het effect                                               en in aanleuning gaande paard             van de hulpen

Z2 pony’s 20x60m                    Lichtheid, harmonie, gehoorzaamheid    Regelmaat van de gangen en                                                                        losheid van de beweging

Afdelingsdressuur                    22                                                       23

Afdelingsdressuur M paarden   23                                                       24

Afdelingsdressuur klasse Z       23                                                       24

  1. Indien na toepassing van de bovenstaande regel nog steeds twee of meer combinaties gelijk geklasseerd zijn, worden zij – tenzij in het vraagprogramma anders wordt bepaald – ex aequo in de klassering van de rubriek opgenomen. c. In het geval van ex aequo klassering wanneer de proef is beoordeeld door 2 of meer juryleden is eerst het totaal aantal door de juryleden toegekende punten voor het eerst genoemde onderdeel “Het ontspannen en in aanleuning gaande paard; de harmonie van de uitvoering van toepassing” bepalend voor de uitslag; valt dan nog geen beslissing dan is de totaalwaardering voor het als tweede genoemde onderdeel “Rijvaardigheid en effect van de hulpen” doorslaggevend. Valt er dan nog geen beslissing, dan geldt het totaal van alle punten op het protocol van de voorzitter van de jury. d. Indien een jurylid, door onvoorziene omstandigheden, niet in staat is de beoordeling van alle deelnemers van wie de naam op de startlijst voor een bepaalde rubriek voorkomt te voltooien, dient er v.w.b. de vaststelling van het klassement als volgt te werk te worden gegaan: – indien de rubriek uitsluitend door het desbetreffende jurylid werd beoordeeld, wordt er een afzonderlijk klassement opgesteld, waarin alleen die deelnemers worden opgenomen, die door dit jurylid nog volledig beoordeeld zijn. De overige deelnemers van de startlijst, die nog niet (geheel) beoordeeld zijn, zullen door een ander jurylid worden beoordeeld en hun resultaten zullen eveneens in een afzonderlijk klassement worden opgenomen. – wanneer de rubriek door meer juryleden werd beoordeeld, zullen de punten die zijn toegekend door het jurylid, dat niet in staat is gebleken de beoordeling van de volledige rubriek te voltooien, buiten beschouwing worden gelaten voor de vaststelling van het klassement. Dit geldt ook voor de puntentotalen van de combinaties, die nog wel door het desbetreffende jurylid beoordeeld zijn.